Column Harry Webers: Wij veranderen. Ik vertrek

Magazines | Driesteden Business nr6 2021

Op de 26ste VN-klimaatconferentie in Glasgow (COP-26) riep premier Rutte met zijn ‘Actie, actie, actie’ op tot een snelle mondiale aanpak van de klimaatverandering. Maar er was politieke druk vanuit de Tweede Kamer nodig om een verklaring van 26 landen te ondertekenen om de exportsteun en -garanties voor fossiele energieprojecten te beëindigen. De inkt van het klimaatakkoord was nog niet droog, of er stond een paginagrote brief van Royal Dutch Shell plc en Shell Nederland B.V. in de dagbladen.
 
Royal Dutch Shell had besloten om de fiscale thuisbasis Nederland samen te voegen met de juridische thuisbasis Verenigd Koninkrijk, om het Haagse hoofdkantoor te verplaatsen naar Londen, en om ‘Royal Dutch’ uit de naam te schrappen. Het laatste is nogal betekenisvol, evenals de zinnetjes: ‘Wij veranderen’, ‘Shell moet veranderen’ en ‘En wij willen ook veranderen’. Na 131 jaar in Nederland kwam feitelijk neer op ‘Ik vertrek’.
 
Het demissionaire kabinet deed nog een allerlaatste poging om de veelbesproken dividendbelasting af te schaffen, maar die bleek volstrekt kansloos. Zelfs als die wel was gelukt, dan zou Royal Dutch Shell niet voor Nederland behouden blijven. Royal Dutch Shell volgt de voorbeelden van andere Brits-Nederlandse bedrijven zoals Reed Elsevier en Unilever, maar is niet over één nacht ijs gegaan. En er speelt zoveel veel meer dan alleen de dividendbelasting, zoals (niet limitatief): de belangen en het chauvinisme van Britse beleggers, de publieke opinie in ons land, het bedrijfsimago, de afwikkeling van het Groningse gasdossier, activistische beleggers, de rechtszaak van Milieudefensie, de aangekondigde aandelenverkoop door ABP, en last but not least het vestigingsklimaat in ons land.
 
Toen onze nationale icoon Royal Dutch Shell het besluit ‘Ik vertrek’ nam, ontstond er alom reuring en stonden de politiek en de pers op hun achterste benen. Maar de disproportionele aandacht voor multinationals staat in schril contrast met de aandacht, die de ontwikkelingen rondom MKB-bedrijven in ons land krijgen. Dit terwijl MKB-bedrijven wel goed zijn voor ruim 70 % van de banen en ruim 60 % van de toegevoegde waarde.
 
Maar wat doet de politiek wanneer onze MKB-bedrijven besluiten ‘Ik vertrek’, of failliet (dreigen te) gaan? Zo haalde de verplaatsing naar het buitenland van de volledige productiecapaciteit van AkzoNobel (thans Nouryon) na 175 jaar in Deventer relatief weinig het nieuws. En het vertrek uit Deventer van de Raad van Bestuur van Roto Smeets ging hoegenaamd aan de landelijke politiek voorbij, terwijl het later helaas de opmaat bleek naar het faillissement en banenverlies eind 2019. Voor wie het echt wil zien, waren er legio van dit soort bedrijfsvoorbeelden in de afgelopen decennia. Maar willen wij ook veranderen (om het te zien)?
 
Net als voor een multinational is het voor kleine bedrijven van levensbelang dat het vestigingsklimaat in Nederland uitstekend is en blijft en dat ons land goed blijft scoren in de ‘International Competitiveness Index 2021’. MKB-bedrijven moeten ook kunnen vertrouwen op de lokale en landelijke politiek. Om succesvol te kunnen zijn, hebben ze behoefte aan een goed vestigingsklimaat, goede infrastructuur en bereikbaarheid, goed onderwijs voor een leven lang ontwikkelen, voldoende gekwalificeerd personeel, financieringsmogelijkheden om te innoveren en om schoon, duurzaam en circulair te worden, en een lage belastingdruk.
 
Heeft de politiek voldoende inlevingsvermogen en proactieve aandacht voor de ontwikkelingen en problemen van onze MKB-bedrijven. Is de politiek echt aanspreekbaar op het moment dat het (te) spannend wordt en de continuïteit van MKB-bedrijven in gevaar komt, of legt ze de bal dan bij de marktwerking? Royal Dutch Shell moe(s)t veranderen. MKB-bedrijven moeten veranderen! Wij moeten veranderen! Anders vertrek ik maar beter!
 
Harry Webers
Voorzitter SER Overijssel

delen:
Algemene voorwaarden